In het wild eten kromsnavels vaak een mix van noten, zaden en fruit. Sommige kromsnavels eten voornamelijk nectar, of voornamelijk fruit. Dit zijn echter uitzonderingen.
Welke zaden, noten en fruit een kromsnavel in het wild precies eet, hangt af van de vogelsoort en het seizoen. Over het algemeen geldt echter, dat de vogel afhankelijk is van wat er op dat moment beschikbaar is. Als zaad A rijp begint te worden, maar zaad B nog niet, zullen ze dus zaad A moeten eten omdat er simpelweg niets anders beschikbaar is. Daarbij is het ook nog zaak om deze zaden van de plant en uit een vliesje te wurmen (een actieve bezigheid) én moet de vogel de zaden (of noten of vruchten) opeten voordat een rivaal dat doet. Vaak worden zaden, noten en vruchten dan ook gegeten als ze nog nauwelijks rijp zijn.
In gevangenschap wordt vaak een zadenmix aangeboden in een bakje. Hoewel kromsnavels in het wild dus ook zaden eten, zijn er toch belangrijke verschillen:
Over het algemeen zien we dus dat een vogel die enkel zaden eet te dik wordt, soms zelfs met leverproblemen tot gevolg. Als de vogel daarnaast ook nog selectief van de zaden eet, dus niet alles opeet, dan zal de vogel ook vitaminetekorten ontwikkelen. Vaak zien we dan de volgende symptomen:
Hoe zorgen we nu dat onze vogels in gevangenschap deze symptomen niet ontwikkelen, en gezond en slank oud worden? In het kort:
Net als voor de hond en de kat, bestaan er voor vogels brokjes. Deze worden vaak bij de Engelse naam genoemd: pellets. Deze brokjes zijn samengesteld uit grofweg dezelfde ingrediënten als de zadenmix, met als groot verschil dat alle ingrediënten met nog wat aanvullende vitaminen tot een pasta zijn gemixt. Uit deze pasta worden brokjes gevormd. Zo krijgt de vogel met elk brokje dat hij eet, alle voedingsstoffen binnen die hij nodig heeft. Hij kan dus niet meer selecteren: als hij de ene kleur/vorm brok verkiest boven de andere, maakt dat geen verschil voor de voedingswaarde.
Ons advies is dat het dieet van uw vogel voor 75% uit pellets bestaat. Zo waarborgen we de gezonde samenstelling van de voeding, maar er zijn nog wat aanvullingen nodig om het dieet echt gebalanceerd te maken.
Natuurlijk zijn ook pellets niet heilig. De samenstelling is vaak voor veel verschillende vogelsoorten gelijk, omdat de pellets worden geproduceerd op basis van de grootte van de vogel. Een grasparkiet en een agapornis eten vaak dezelfde maat (en dus samenstelling) pellet, terwijl hun dieet in het wild verschillend is. Daarnaast zijn sommige vitaminen, zoals vitamine C, niet stabiel in de pellets en er is dus kans dat er minder vitamine C in de brokjes ‘aan het eind van de zak’ zit dan wanneer de zak net is geopend. Dit is een reden om elke dag verse groenten aan te bieden.
Tot slot zijn vogels erg intelligente dieren, waardoor ze veel uitdaging nodig hebben. Een deel van die uitdaging komt van de voeding. Het hoort bij het natuurlijk gedrag van de vogel om zaden te pellen en (voor sommige vogels) noten te kraken. Door veel verschillende texturen, vormen en smaken aan te bieden, doen we bovendien recht aan het intellect en de natuurlijke belevingswereld van de vogel. Denk zelf maar aan wat het met u zou doen als u dag in dag uit hetzelfde pakje kant-en-klaar eten zou moeten eten…
Om te zorgen dat uw vogel elke dag vitaminen binnenkrijgt en ook het natuurlijk gedrag kan uitoefenen, adviseren we naast de 75% pellets om 10% verse groenten te geven en 10% zaden.
Als u goed heeft opgelet, ziet u dat er nog 5% mist. Deze 5% zijn voorbehouden aan de lekkere trek. Denk hierbij aan zoet fruit, trosgierst, vette noten. Ook vogels mogen snoepen, maar met mate.
Naast de juiste samenstelling van de voeding, is het erg belangrijk voor vogels om hun natuurlijk gedrag te kunnen uiten. Hiermee verrijken we niet alleen het leven van ons huisdier, maar worden potentiëel gedragsproblemen voorkomen. De voeding is hiervoor bij uitstek een geschikt middel.
De voeding zelf nodigt soms al uit tot fourageren (naar eten zoeken en ervoor werken op de manier die in het wild gebeurt). Denk hierbij aan:
Daarnaast kunnen we de vogel op allerlei manieren uitdagen om te zoeken naar het eten en te werken voor het eten. We kunnen de pellets en zaadjes verstoppen in kartonnen doosjes, propjes papier, of juist in een (veilig) houtblok waar gaten in geboord zijn. We kunnen de groenten niet in stukjes snijden, maar een groot stuk aan een spies rijgen. We kunnen een bak met grote knikkers (die niet opgegeten kunnen worden) of (veilige) houten blokken in de kooi plaatsen, en daar zaden en pellets tussen verstoppen.
Sommige vogels vinden het fourageren erg moeilijk, zeker als ze al jarenlang gewend zijn dat het voer in hetzelfde voerbakje op dezelfde plek gaat. Zorg dus dat er altijd voer in het voerbakje zit wat de vogel gewend is. Voor vogels die fourageren erg moeilijk vinden, kan het soms wel helpen om te beginnen met het voerbakje een centimeter of 2 te verplaatsen, of bijvoorbeeld het voer en water een keer om te wisselen. Hierdoor gaat de vogel wennen aan het idee dat hij soms moet zoeken naar het eten… En vanaf daar zijn de mogelijkheden eindeloos. Het internet staat er vol mee! Let wel op dat alle materialen die gebruikt worden tijdens het fourageren, veilig zijn voor de vogel.
Veel vogels slikken in het wild steentjes in. Deze steentjes komen terecht in de spiermaag, waar ze functioneren als ‘tanden’: ze helpen om de voeding klein te malen. Deze steentjes kunnen in gevangenschap worden aangeboden en worden dan ‘maagkiezel’ genoemd. Dit is absoluut een noodzaak voor vogels die zaden in het geheel inslikken (kippen, duiven). Vogels die de zaden pellen en kapotbijten (kromsnavels) hebben weinig tot geen behoefte aan maagkiezel. Ze hebben wel de neiging om het in te slikken. In geringe mate kan dit geen kwaad, maar de kromsnavels in gevangenschap hebben vaak de neiging om grote hoeveelheden maagkiezel in één keer in te slikken. Dit zorgt voor problemen. Het is dan ook aan te raden om maximaal een paar steentjes per keer aan te bieden, 1x per maand.
Grit is iets anders dan maagkiezel. Grit bestaat uit stukjes schelp. Dit lost op in de maag en vormt een goede bron van calcium. Zeker voor vogels die met de voeding te weinig calcium binnenkrijgen, is oplosbaar grit een goede toevoeging aan het dieet. In het verleden is het wel voorgekomen dat er metaal in het oplosbaar grit zat, waar vogels een metaalvergiftiging van opgelopen hebben. Het is dus aan te raden om vóór het verstrekken van het grit, met een krachtige magneet door het bakje te gaan om in elk geval het magnetische metaal eruit te filteren.
nog niet beschikbaar
Houd er rekening mee dat een zieke vogel meer energie nodig heeft dan normaal. Wen een zieke vogel dus niet zonder overleg over op pellets. Lijkt uw vogel tijdens het overwennen niet lekker (zit bol, sloom, etc.)? Zet dan direct de oude voeding weg zodat de vogel er ongelimiteerd van kan eten en neem contact op met de vogelarts.
Het overwennen van meerdere vogels tegelijk is natuurlijk extra ingewikkeld. Soms geven vogels elkaar het goede voorbeeld, soms blijft één vogel stug aan de oude voeding vasthouden. Zorg dat elk dier goed in de gaten gehouden wordt, zodat er niemand ongemerkt achterblijft. Vraag bij twijfel altijd om advies.
Ten eerste is het belangrijk om te weten waardoor papegaaien hormonaal worden. Vaak heeft dit te maken met de volgende factoren:
Er zijn verschillende dingen die we kunnen doen om hormonaal gedrag in te perken (onthoud hierbij wel dat wij geen gedragsdeskundigen zijn, voor het allerbeste advies is het verstandig om daarmee contact op te nemen).
De partner gaan we natuurlijk niet weg doen, dus hier doen we meestal niets aan. Als de eigenaar de partner is voor de vogel, moet erop gelet worden dat er enkel op het kopje gekriebeld wordt, niet op het lijf. Ook moet er niet gekust worden en moet de eigenaar het contact verbreken wanneer de vogel ’te intiem’ probeert te worden (voer opgeven, rijden, paarhouding aannemen).
Het is verstandig om nestjes weg te halen. Hieronder vallen nestblokken, hangmatjes, doosjes, maar ook de plekken buiten de kooi waar de vogel zich graag ‘verschanst’. Ook helpt het om zo vaak mogelijk de inrichting van de kooi te veranderen, zodat de vogel steeds een nieuwe omgeving heeft om te verkennen. Dit houdt ze bezig en dan hebben ze minder kans/tijd/energie om te gaan nestelen. Daarnaast is het in het wild gebruikelijk om te eten op een andere plek dan waar de vogel slaapt. Alleen tijdens het broedseizoen wordt eten en slapen op dezelfde plek gedaan: het nest. Daarom kan het ook helpen om de vogel een aparte slaapkooi te geven, waarin geen eten wordt gegeven. Hier gaat de vogel dan in om te slapen, en in de ochtend weer uit om te eten.
De daglichtlengte heeft invloed op het hormonale systeem. Het advies is om de vogels 10 uur per nacht ononderbroken in het pikdonker te zetten. Dit betekent dus méér dan een doek over de kooi. Het mooiste is een donkere kamer met verduisteringsgordijn, maar een gangkast (met daarin de slaapkooi) werkt ook prima! Zolang er maar geen licht is, en geluid beperkt blijft. LET OP: als u toch in die ruimte moet zijn en u doet het licht aan, dan zal het hormonale systeem van de vogel dit registreren als een dag, en dan is er dus niet 1 lange nacht, maar 2x een korte… Dus het is belangrijk dat u de ruimte niet nodig heeft in de avond/nacht.
Wanneer de vogels zadenmix krijgen en de hele dag ongelimiteerd kunnen eten, ervaren zij een grote overvloed aan eten. Het is daarom te adviseren de vogels over te wennen naar pellets, en in tijden van hormonaal gedrag geen zaden te geven maar enkel pellets en groenten (geen fruit!). De suikers in fruit en zaden dragen ook bij aan het activeren van het hormonale systeem. Als naar pellets overwennen niet lukt of niet helpt, kan ook gekozen worden voor het voeren van maaltijden. 2x per dag 20 minuten ongelimiteerd eten is voor gezonde vogels genoeg. Daarbuiten kan het eten dan weggehaald worden. Houd hierbij wel het gewicht van de vogel in de gaten en let erop dat een vogel altijd gaat slapen met een volle krop. Ook kan het helpen om de vogel te laten werken voor het eten. Dit betekent: zoeken en slopen (fourageren) om bij eten te komen. Hierdoor ervaart de vogel schaarste én steekt hij energie en tijd in voedsel vergaren. Die energie en tijd kunnen alvast niet naar broeden/hormonaal gedrag gaan. Het internet staat vol met tips en tricks om dit te bereiken, besef je wel dat een vogel dit moet leren.
Sommige vogelsoorten broeden in of juist na het regenseizoen. Als dit voor uw vogelsoort geldt (dit is vaak te vinden op het internet), raden we aan om in erg broedse periodes geen douche of bad aan te bieden voor zover dit mogelijk is.
Voor de voeten is de juiste voeding belangrijk, maar ook de juiste stokken. In het wild zitten vogels elke avond op een andere stok (boomtak). In de woonkamer worden vaak jarenlang dezelfde stokken gebruikt, waardoor de voeten steeds op dezelfde manier belast worden en drukplekken ontwikkelen. Vaak worden die drukplekken op een gegeven moment wonden. Het advies is dan ook om veel verschillende stokken aan te bieden (dun, dik, touw, kronkelend, recht, scheef, etc.) en om die stokken steeds te verwisselen (ongeveer elke 2 weken). Dit geldt ook voor de slaapstok (of andere plek waar de vogel slaapt). Slijtstokken worden afgeraden, omdat de voetzolen zachter zijn dan de nagels. Als de nagels ervan slijten, slijten de voetzolen nog harder.
Onze huiskamervogels zijn geboren om te leven op tropische plekken. Dit betekent dat ze een grote behoefte hebben aan zonlicht. Zonlicht bevat uvB straling, die ervoor zorgt dat een vogel vitamine D uit de voeding kan omzetten naar actief vitamine D, en calcium kan opnemen uit de voeding. Zonder deze stoffen gaat de gezondheid achteruit. Helaas houden onze ramen het grootste deel van de uvB-straling tegen, én is de Nederlandse zon veel minder krachtig dan waar deze vogels voor gebouwd zijn. Daarom raden we aan om elke vogel 8 uur per dag toegang te geven tot uvB-straling door middel van een lamp. Zorg ook voor een schaduwplek. Sommige lampen geven ook wat warmte af, wat voor veel vogels prettig is.
Lood, zink en andere metalen zijn giftig voor vogels. Helaas bevatten veel producten voor vogels metaal. Denk daarbij aan belletjes, de tralies van de kooi, maar ook vogelzand en vogelgrit. Het advies is dan ook om deze producten te vermijden.
Daarnaast knagen los vliegende vogels vaak aan vanalles. Bekende boosdoeners zijn glas-in-lood ramen, lampen, loodkoord in vitrage of (douche)gordijnen, nietjes en sieraden. Om metaalvergiftiging te voorkomen raden wij aan de vogel in een kooi met poedercoating te houden. Volières moeten van roestvast staal gemaakt zijn. Speelgoed wordt vaak opgehangen met metalen sluitingen: let erop dat deze van roestvast staal zijn (net als andere metalen in het speelgoed). Deze sluitingen dienen overigens ook géén veermechanisme te hebben en goed vastgedraaid te kunnen worden, zodat er geen snavels tussen klem komen te zitten.
Over het algemeen houden vogels ervan om alles te kunnen zien, maar zelf niet gezien te worden. Dit kan door de vogel takken met bladeren te geven, of een flink stuk speelgoed om zich achter te verschuilen.
Let erop dat speelgoed dat kapot gemaakt wordt, niet opgegeten wordt. Weinig materialen zijn écht veilig wanneer er grote hoeveelheden worden ingeslikt door de vogel. Knip rafeltjes van touwen af om beklemming te voorkomen, of vervang het speelgoed.
Bied een vogel voldoende variatie in speelgoed en uitdaging. Probeer bijvoorbeeld het voer eens te verstoppen (wel goed kijken of de vogel dat snapt), laat eens een video zien van een soortgenoot, of verander de indeling van de kooi. Geef een vogel voldoende nachtrust; over het algemeen is 8-10 uur slaap echt het minimum. Dek de vogel af als het niet mogelijk is om hem of haar zo lang in een donkere kamer te zetten.